Internationaal Treffen NORWAY 1- 1999

In maart 1999 ontvingen we een uitnodiging tot een Int Treffen welk zou doorgaan in het hoge noorden. Onze BK broeders van Norway 1 zouden het treffen organiseren tijdens het WE 30-31 juli - 01 augustus 1999. Aanvankelijk werd de uitnodiging mooi geklasseerd bij de anderen doch na verloop van tijd rijpte het idee om de tocht naar Noorwegen, in clubverband, te organiseren.
Veel interesse was er niet doch onze voorzitter Marc en first Lady Martine zagen zo'n trip wel zitten. Andrea en ikzelf waren al 10 jaar het land niet meer uitgeweest en voor ons zou dit een unieke kans zijn. Na wat organisatorische ingrepen, was het eind juli zover. Twee motoren stonden gepakt en gezakt samen met hun berijders Marc en Luc en uiteraard hun duo's Martine en Andrea, klaar om de lange tocht aan te vatten.

Het mocht geen race tegen de tijd zijn daarom werd op voorhand reeds beslist om de rit te spreiden over enkele dagen. Vertrek op woensdag 28 juli met aankomst op vrijdagavond, de start van het treffen te Bergen (N), moest een haalbare kaart zijn. Onze eerste dag zou reiken tot Hamburg, waar we de nacht zouden doorbrengen in een plaatselijk IPA-home. Het vertrek was alvast naar wens: prachtige dag, plezante gezichten en goede vooruitzichten. Via alternatieve wegen werd de tocht aangevat.
Op km 177, we reden op dat ogenblik al in Duitsland, knapte de kabel van de snelheidsmeter van mijn dikke Honda. Op zich geen erg maar toch knap vervelend. Het toeval wilde, tijdens onze middagpauze bleken we in de onmiddellijke buurt te vertoeven van een grote Honda dealer. Even kijken kon geen kwaad maar een half uurtje later en 1200 BEF armer, bleek het zaakje al gepiept.

Via een mix van zowel hoofd als andere wegen kwamen we in de late namiddag aan in de buurt van Hamburg. Eerst even een avondmaal in één der wegrestaurants en dan verder op naar het eindpunt van de eerste dag. Wat smaakt er, na een lange motordag, beter dan een heerlijke stoofvleesschotel met gekookte patatjes? Waarschijnlijk nog veel meer, maar…je kan niet alles gelijktijdig verorberen. In ieder geval, Martine was ook die mening toegedaan. Het laatste patatje lekker plat walsen in de resterende saus, het is om duimen en vingers af te likken. Maar dan gebeurde ook het onvermijdelijke. Het patatje op het bord van Martine bleek iets te hard, zijzelf iets te sterk en… de resultaten kun je je al wel voorstellen. De stoofvleessaus samen met de aardappelmoes vloog alle richtingen uit. Martine werd gezegend met een regen van bruine smurrie. Het leek wel alsof ze achter een beerwagen had aangelopen. En dat op haar mooie, witte BK Bel I T-shirt. Veel tijd om te treuren was er niet.
Wij dienden ons ten laatste om 20 uur aan te melden in het IPA-huis zoniet zouden we de nacht onder de blote hemel mogen doorbrengen. Alsof het uitgerekend was, om 1957 Hr stonden we met ons hebben en houwen voor de deur van een kleine politiepost in een voorstad van Hamburg. Op deze post, een oude villa, bleken enkele kamers ingericht voor rondtrekkende politiebeambten. Oud en sober maar uitermate proper en met het nodige comfort. Het kon veel slechter. Een korte verwelkoming en op naar de kamers. Na een lange warme dag doet een douche wonderen. Een goede nachtrust en op naar de tweede dag.
IPA-huis Hamburg

Dag twee.
's Morgens, het belooft een stralende dag te worden, worden de motoren terug gepakt en gezakt. Vandaag gaat de rit richting Noord Denemarken waar we om 1930 Hr zullen inschepen richting Noorwegen. Het is de bedoeling om onderweg toch nog wat te kunnen genieten van de omgeving en daarom verlaten we al snel de autostrade om via alternatieve wegen naar Hirtshals te rijden. Eerst natuurlijk de innerlijke mens versterken. In een typisch Duits imbiss restaurantje kunnen we een uitgebreid ontbijt bestellen. Dat we zoiets niet ongemerkt kunnen doen hoeft geen betoog. Met onze typische 'BK Colors' staan we onmiddellijk in het middelpunt van de belangstelling. Al vlug wordt gevraagd of we uit Zweden komen. Misschien zit ons taalgebruik daar voor iets tussen, maar ik dacht toch dat Duits en Nederlands meer verwant waren. We spreken dan nog niet over onze gilets waar de naam BELGIUM II, in grote letters op geborduurd staat. Maar ja, het was nog vroeg in de morgen.

Wanneer we de grens met Denemarken overschrijden blijken we terecht te komen in een land waar het allemaal veel rustiger aan toe gaat. Geen razendsnel verkeer en een veel rustigere aanpak van de dagelijkse gewoontes. Veel tijd om te genieten van de omgeving hebben we niet want de boot wacht niet…. Toch maken we van de gelegenheid gebruik om te passeren langs het Deense Daytona Beach. Daytona Beach Denemarken
Een weg, nu ja, beter gezegd een prachtig zandstrand met een lengte van 15 Km, waar auto's, caravans, zwerfwagens en andere vervoermiddelen zich tussen de aanwezige menigte wurmen. Een speciale sfeer, dat kun je wel zeggen.
Van daaruit richting Hirtshals waar de ferry ons opwacht. Dat we niet alleen zijn hebben we snel begrepen. Het parkeerplein staat overvol met allerlei voertuigen, allemaal met bestemming Noorwegen. Wij, met de motoren, mogen gans vooraan parkeren. Wanneer de tijd tot inscheping aangebroken is mogen we ook als eerste aan boord. Van geluk gesproken. Een goede raad aan toekomstige motorreizigers: neem zelf bevestigingsmateriaal mee zodat je de motor stevig kunt verankeren want hetgeen aan boord te vinden is: oei…Wel een voordeel, je mag je ijzeren ros zelf vastsjorren. Zo ben je zeker dat er geen nodeloze beschadigingen worden aangericht .

We waren blij het broeierig hete scheepsruim, snel te kunnen verlaten om daarna de accommodatie aan boord te kunnen verkennen. Alle dekken bleken te wemelen van de toeristen. Het schip, de Christian V, moet afgeladen vol hebben gezeten. Het was echt zoeken naar een plaatsje om te zitten. Wij, volledig getooid in onze motoroutfit met bijhorende BK Bel II gilets, werden aangegaapt alsof we van een andere planeet kwamen. Was het omdat we er misschien uitzagen als Hells Angels of speelden andere factoren een rol. Wie weet… Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken, bleek er in de aanwezige restaurants geen plaats meer beschikbaar. Onze magen waren sinds 's middags niet meer bijgevuld. Een snelle hap zou meer dan welkom zijn. We zouden ons geluk dan maar beproeven op één der andere dekken. Toeval of niet, op dek 6 konden we nog een tafeltje reserveren in self-service restaurant. Door een vriendelijke en tevens Nederlands sprekende kelner werden we naar onze tafel begeleid. Toen kon het feest beginnen. En het werd een feest. Het bleek dat je naar hartelust kon kiezen tussen alle mogelijke voor-, na-, vis- vlees-, groenten en andere gerechten en dat je tevens kon eten tot je erbij neerviel. Echt een kolfje naar onze hand.
Enkele uren later en meer dan voldaan, strompelden we het restaurant uit. Overdaad schaadt, maar dat pakten ze ons niet meer af. We hadden nog een uurtje de tijd om elders de dekken onveilig te maken. Plaats om te zitten was er niet. Overal lagen, zaten of hingen de passagiers, wachtend op ontscheping. Duidelijk een overbevolkt schip. Onbewust moest ik denken aan de 'Herald of Free Enterprise' welke enkele jaren geleden voor onze kust gekapseisd is. Als zoiets hier ooit zou gebeuren…. De gevolgen zouden niet te overzien zijn.

Om 2345 Hr voer de ferry de haven van Kristiansand binnen. Alle bestuurders en passagiers van de voertuigen werden gevraagd om zich naar de autodekken te begeven. Toen we het ruim waar onze machines geparkeerd stonden, betraden, leek het alsof alle voertuigen met een bulldozer waren binnengeduwd. Elke vrije centimeter was bedekt met staal op vier wielen. Onze motoren stonden netjes langs de kant geparkeerd doch aan vertrekken moesten we niet denken. Stukje bij beetje werden de auto's van boord gereden. Een complete chaos. Uiteindelijk, na een klein uurtje, konden we het ruim van het schip verlaten. Eens buiten, een echte verademing. Onze gastheer aan wal, Tom, een Noorse Blue Knight, had bijna wortel geschoten. Maar de ontvangst was er niet slechter om. Integendeel! Normaal zouden we overnacht hebben in een Noors pensionnetje doch onze gastheer nodigde ons uit om te overnachten bij hem thuis. Allemaal gratis en voor niets. Wat bleek, dat thuis was een prachtig penthouse met zicht op de jachthaven.
Na een uitgebreide kennismaking en een heerlijke douche konden we ons enkele uren te rusten leggen want de volgende dag zou een lange dag worden.

Dag drie.
Na een uitgebreid en heerlijk Noors ontbijt ( brood, vis, vlees, kaas en kaviaar) was het weeral tijd om onze motoren te bestijgen. De zon diende zich alweer aan. Geen wolkje aan de lucht en temperaturen zoals in het zuidelijk puntje van Europa. Tom zou normaal ook mee naar Bergen rijden om er deel te nemen aan het Int Treffen doch door technische problemen met de Goldwing kon dat feest niet doorgaan. Dus wij met vier personen en twee blinkende moto's op weg naar Bergen, zo'n 500 Km verderop. Wij hadden de bergroute dwars door Zuid Noorwegen gekozen. Enkele bezienswaardige punten werden door Tom op de wegenkaart aangeduid. Eigelijk zijn er geen woorden om de route te beschrijven. We houden het bij één woord: prachtig.
zicht bergroute
Echt iets waar elke motard van droomt. Eerlijkheidshalve moeten we er wel bij vermelden dat de hoofdvoorwaarde, goed weer, moet ingelost zijn. Want hetzelfde traject bij slecht weer moet verdomd vervelend zijn. Eén ding leerden we al snel. Een Noorse en een Belgische kilometer is niet hetzelfde. Wel in lengte maar niet in tijd. Naarmate we Bergen naderden werd de bewolking dikker en dikker. Op gegeven ogenblik zaten we kompleet in de mist. De temperatuur was van 35° C teruggeduikeld naar zo'n 15°. We dachten, Bergen zal zijn naam als 'pispot van Europa' met 300 dagen regen per jaar, wel eer aandoen. Maar de echte regen bleef toch achterwege. De laatste 50 Km leken even lang te duren als de voorgaande 450 Km. Maar rond 2130 Hr reden we, moe maar voldaan, het kampement van onze Noorse collega's binnen.
zicht bergroute 2
Dit bleek een oude, aftandse legerkazerne te zijn. We kregen wel een 2-persoonskamer (zeg liever zaal) aangeboden, waar twee echte legerbritsen stonden opgesteld. Aanvankelijk sloeg de accommodatie erg tegen. We hadden voor het toch hoge inschrijvingsgeld, wel iets anders verwacht.
luxe in overvloed

Dag vier.
Na een rumoerige en luidruchtige nacht bleken de eerste zonnestralen veel goed te maken. Martine had volgens eigen zeggen, geslapen als een roos terwijl Marc de hele nacht een heuse worstelpartij had gevoerd met zijn veel te kort legerbed. Door onze vrienden van Norway 1 werd een aanbod gedaan om deel te nemen aan één van de drie activiteiten welke zij voor die zaterdag gepland hadden. Wij hadden toch al drie dagen in het zadel gezeten, daarom opteerden wij voor een bezoek aan de stad Bergen. Met 2 gidsen voor 4 man, werden wij op professionele manier rondgeleid in een klein, maar gezellig stadje welk baadde in het aangename zonlicht. Het bezoek was meer dan de moeite waard.
Bergen oude stad + gidsen
's Avonds, nadat alle deelnemers aan het treffen terug waren van de rondritten of het stadsbezoek, werd ons een buffet aangeboden met al het lekkers dat Noorwegen te bieden heeft. Ik denk dat de organisatoren 100 man ipv een 40-tal deelnemers verwacht hadden. Eten in overvloed. Na een sportief intermezzo, waarbij het kunnen en de handigheid van de deelnemers op de proef gesteld werd, werd de avond afgesloten met een tombola waarvan de opbrengst naar een goed doel ging. Dit goede doel bleek een lokale muziekgroep te zijn welke samengesteld was uit gehandicapte muzikanten.
groepsfoto

Dag vijf.
Na een verdiende nachtrust was de tijd weeral aangebroken om afscheid te nemen van onze Noorse collega's. Tijd gaat snel, zeker wanneer je met vakantie bent. Na de traditionele groepsfoto vertrokken de diverse deelnemers richting…… Ook wij vertrokken, doch niet rechtstreeks naar huis. Onze Noorse gastheren stippelden een kustroute uit welke meer dan de moeite waard zou zijn. Dat Noorwegen een echt waterland is hoeven we jullie niet meer te vertellen. Die zondag maakten we gebruik van wel vijf ferry's. De één al wat groter dan de ander. Eén keer kwamen we zelfs uit in een godvergeten en verlaten boerengat. Geen mens te zien. Hier was de weg gewoon op. Een oud, klein en roestig ophaalpontje deed ons vermoeden dat ook hier een ferry zou aanmeren. De vraag was echter….wanneer?
Aanlegplaats ferry ???
Op de grond lag nog een volledig, ingepakt, pak kranten (van een maand geleden) te wachten op de plaatselijke (onzichtbare) bevolking. Naarmate we wachtten kwamen er toch nog enkele auto's aangereden waarvan de bestuurders dezelfde intenties bleken te hebben als wijzelf. Wonder boven wonder, een half uurtje later kwam de ferry rustig aangetuft. Met al dat wachten en varen geraakten we die dag slechts een 300 tal km verder in de richting Kristiansand. Zoals het echte globetrotters betaamt, gingen we 's avonds op zoek naar een slaapplaats. Deze was vlug gevonden. Op een camping konden we gebruik maken van een grote bungalow. Maar eerst één van onze belangrijkste bezigheden….eten. Een mens kan niet zonder, doch bij ons bleek dat toch de spuigaten uit te lopen. In een klein gasthof in de buurt, vonden we, het was ten slotte al 21 uur, nog een brave ziel die voor ons een warme maaltijd wilde bereiden.

Eerst dachten we dat we terecht gekomen waren in het plaatselijke knekelhuis. De oude kok, volledig in outfit, koksmuts incluis, leek recht uit een horrorfilm gestapt te zijn. Of het iets te maken had met onze verschijning weet ik niet maar we dienden de bestelde maaltijden op voorhand te betalen. Ons om het even, als we maar te eten kregen. Heel lang hebben we het er niet getrokken. Enkele dagen intensief motorrijden kruipt niet in de kleren. Een goede nachtrust zou wonderen doen.

Dag zes.
's Morgens, het beloofde de zoveelste mooie dag op rij te worden, Andrea snel op en als ochtendgym te voet naar een lokaal supermarked(je) om het ontbijt in elkaar te boksen. Een tijdje later zaten we weeral in het zadel met bestemming Zuid-Noorwegen. Vandaag zouden de loopvlakken van de motorbanden nog eens goed getest worden. Langs ongelooflijk smalle, steile en bochtige wegen, reden we richting Prekestolen. Dit is een rots welke zich steil uit de Hardangerfjord opricht en 600 meter hoger eindigt op een platform van waaruit het zicht ongelooflijk moet zijn. Of dat zo is zullen we vandaag niet kunnen ontdekken. Je dient namelijk een 2-uur durende voettocht naar de top te ondernemen om het schouwspel te waarnemen. Door tijdsgebrek zal dit voor een volgende keer voorbehouden worden. De reisweg werd, een zestal keer ferry op en ferry af, verdergezet naar het meest zuidelijke punt van Noorwegen, nl Lindnesnes. Hardangerfjord

Onderweg, natuurlijk je zou het kunnen vergeten te schrijven, een snelle hap in een hamburgertent. Snel ging het niet want we bestelden weeral een omvangrijke maaltijd. Marc en Martine moesten zo nodig een 'love beaf' nemen (dat zou beloven voor de komende nacht) terwijl Andrea een veel te grote lasagna voorgeschoteld kreeg. Luc natuurlijk, zoals gewoonlijk, kreeg een reuze, reuze hamburger voorgeschoteld. Een uurtje later, terug het zadel in, op naar Lindnesnes. De kustweg bood alles wat je in een land als Noorwegen, mag verwachten. Eén woord: fantastisch! Rond 20 uur arriveerden we op dat meest zuidelijke punt. De vuurtoren van Lindnesnes is waarschijnlijk het meest gefotografeerde bouwwerk van Noorwegen.
Lindesnes

Een bende uitgelaten Amerikanen, voorzien van de onafscheidelijke Noorse en Amerikaanse vlag, waren ook van de partij. Eén van hen had onmiddellijk onze, nu al internationaal bekende, gilets herkend. Wij dienden uiteraard tekst en uitleg te geven aan de groep. De daarbij horende fotosessie bleef natuurlijk ook niet achterwege. Wij natuurlijk fier geposeerd met de Amerikanen, wetende dat we nu waarschijnlijk in één af andere Amerikaanse foto-album prijken. Het werd stilaan donker en waren toe aan een onderdak. Aangezien we voor het avontuurlijke gingen, probeerden we eerst even in een bed/breakfast logement binnen te geraken. Bij het eerste beste bordje 'rooms' gestopt om ons geluk te beproeven. De man des huizes wist niet wat hem overkwam. Op onze vraag of hij twee kamers ter beschikking had antwoordde de arme man dat hij dat eerst aan zijn vrouw moest vragen. Wat een emancipatie. Of woonde hij misschien in het hondenhok. Ons leek het in ieder geval vreemd dat de heer des huizes niet weet hoeveel kamers hij ter beschikking heeft. In ieder geval, na een eindeloos wachten, kwam de vrouw des huizes ons mededelen dat er slechts één klein kamertje ter beschikking was. Waarheid of leugen, wie zal het zeggen.
Lindesnes vuurtoren

Wij begrepen snel de boodschap en trokken verder. Onze zoektocht eindigde op een grote camping waar de mogelijkheid geboden werd om, goedkoop, een caravan te kunnen huren. Dat goedkoop wakkerde onze wantrouwigheid aan. We vroegen om eerst de luxe caravan, eens eventjes te mogen inspecteren. En wat bleek…onze honden thuis waren veel beter gelogeerd, dus rechtsomkeer. Onze zoektocht eindigde een half uurtje later in een lieflijk hotelletje waar we met open armen werden ontvangen. Zelfs het late uur was geen belet om nog een avondmaal in elkaar te boksen.

 

Dag 7.
's Anderendaags, na een stevig ontbijt, weeral het zadel in, dit keer met bestemming Kristiansand waar we om 13.45 uur de ferry richting Denemarken dienden te nemen. Onderweg telefoneerden we naar onze vriend Tom welke ons, kost wat kost, nog eens wilde ontmoeten. Zonder oponthoud kwamen we om 1130 uur aan in het kleine havenstadje. Tom was ook aanwezig op het ontmoetingspunt. Na een snelle groet begeleidde hij ons naar het schip waar we om 1300 uur inscheepten. Dit keer, in tegenstelling tot vorige Donderdag, een zee van ruimte. Weinig volk wilde blijkbaar terugkeren uit Noorwegen. Wij zouden ons daarbij heel graag aansluiten maar er is steeds een tijd van komen en ook één van gaan. Om 14 uur voer de ferry de haven uit, ondertussen het mooie en aangename Noorwegen achter zich latend. Wij zouden ons verdriet niet verdrinken maar wel vereten. En eten, dat hebben we weer gedaan. Een schande eigenlijk, ongelimiteerd vreten als zwijnen. Zelfs onze rekbare kledij hield het voor bekeken. De broeksriemen moesten meer dan en gaatje verder open. Maar ja, je leeft maar één keer hé.

Na aankomst in Denemarken maakten we ons uit de voeten richting Glud, waar een ex-Blue Knight van Hollandse origine, een hotelletje uitbaatte. Toen we daar aankwamen bleek het logement vol met Nederlandse gasten te zitten. Ook onze EuConf secretaris Ernst Sinselmeyer en familie verbleef er. Zij waren op doorreis naar Zweden. In de kleine maar gezellige bar werd ons een drink aangeboden. Bij één bleef het echter niet. Ieder zijn rondje en al snel was middernacht gepasseerd.

Dag 8.
's Morgens weer de motor op en weg richting Duitsland. De zoveelste mooie maar bloedhete dag stond voor de deur. De temperatuur liep op tot 32° C in de schaduw. Het leek meer op een reis in het mediterane gebied dan wel één in het hoge noorden. Doch niet geklaagd. De dorst zouden we wel laven. 's Avonds vonden we een onderkomen in een heus motel. Zo weggeplukt uit een Amerikaanse film. De accommodatie viel zeer goed mee, ook het eten was meer dan behoorlijk. Eén zaak was wel wat vervelend. De toiletten spoelden maar zeer matig door. We hoeven er geen tekeningetje bij te maken, en dan met al dat eten..... Het moet toch ergens blijven.

Dag 9.
Een stevig ontbijt en weeral de motor op. Dimaal richting 'huis'. Na Duitsland volgde Nederland. We maakten van de gelegenheid gebruik om door het natuurgebied van de Veluwe te rijden. Zo zagen we Nederland eens van een andere zijde. Het weer werd alsmaar drukkender. Echt plakweer. Ze zouden ons toch niet trakteren met een douche zeker? Naarmate we de Belgische grens naderden werd het alsmaar donkerder. In de omgeving van 's Hertogenbosch barstte de hel los. Een onweer van jewelste. De eerste waterdruppels sinds ons vertrek. En wat voor druppels. Een ware zondvloed. We hadden met moeite de gelegenheid gekregen om onze regenkledij aan te trekken.
Niet getreurd, de reis was bijna ten einde, deze kon niet meer kapot. In Weelde reden we de Belgische grens over. De zon was ondertussen teruggekeerd en een terrasje lonkte. Eén zaak viel onmiddellijk mee. Een rondje voor ons vier kostte minder dan een glas bier in Noorwegen. Nu wisten we het zeker. We waren bijna thuis.

Rond 1930 uur kwamen we aan in Duffel waar onze wegen zouden scheiden. Plannen voor een volgende trip werden nog niet gemaakt doch dat de reis voor herhaling vatbaar was, was een zekerheid. Eigenlijk was de reis één groot succes. Veel gelachen, gegeten en gesche....Marc nam afscheid met de woorden: "dit was een echte strontvakantie" maar dan wel in de positieve zin van het woord.

Tot ziens op een volgende gelegenheid.

Marc & Martine, Luc & Andrea